Razende Reporter

Interview met Tim Knol

Het Laboratorium van Tim Knol: een lach en een traan en veel Texaanse ellende. 

Na drie succesvolle optredens in 'het mooiste theater van Amsterdam' mag singer-songwriter Tim Knol drie dagen naar hartelust experimenteren in zijn eigen Laboratoire Artistique sans Limite. Met Nico Dijkshoorn mag er gelachen worden, maar verwacht de derde avond vooral veel Texaanse ellende. 

Voor een bruine café, achter het mooiste theater van Amsterdam. Dat is de Roode Bioscoop voor mij. Er kunnen net zoveel mensen in als in een huiskamer, maar het is wel echt een theater. Heel intiem, met een supermooi geluid. De zaal is eigenlijk een grote klankkast. Dat komt door al dat hout. De enige zaal die voor mij vergelijkbaar is, is het Theater op Skoot  van Aris Bouwens, in Noord-Scharwoude. Die heeft ook zo'n bijzondere sfeer. Waar dat aan ligt, die sfeer? Het zijn nog authentieke zaaltjes, waar weinig door de jaren heen veranderd is. Zo voelt het.

Aan het begin van mijn carrière was ik bang voor dit soort shows. Veel popmuzikanten vinden die intimiteit veel te eng. Het is mega-direct. Je kunt je niet verschuilen achter een geluidsinstallatie. Als iets niet goed gaat, is het je eigen schuld. Nu kan ik juist heel erg genieten van dit soort shows.

Nerveus word ik nog wel als ik met mijn ogen open zing. Het publiek zit zó dicht bij je. Waar moet je naar kijken? Wat is je focuspunt? Ik ga dan een beetje zoeken naar oogcontact. Supergênant voelt dat. Of je houdt ze open, maar kijkt naar niemand. Dat je direct over de mensen heen kijkt. Dan kom je ook een beetje autistisch over. Maar met mijn ogen dicht gaat het wel. Ik wil mensen in vervoering brengen.

De shows in de Roode Bioscoop zijn de leukste om te doen. Je hebt hier de vrijheid om nieuwe dingen te proberen. Mensen pikken het als je een liedje van een papiertje zingt. Als je dat in De Kleine Komedie doet, denken mensen: die komt hier spelen voor vijfhonderd mensen en zit een beetje half werk te leveren. Ze voelen wat je aan het doen bent, wat je wilt proberen. Dat het verhaal nog vorm moet krijgen. Die vrijheid is heel lekker. Als ik tien shows verder in een theatertournee zit en dat verhaal vaste vorm heeft gekregen, is het nog steeds heel leuk. Maar je hebt veel minder vrijheid.

Liedjes moet je goed spelen, maar het verhaal, daar draait het om. De eerste twee avonden speel ik met Nico Dijkshoorn. Ik hoop dat er gelachen wordt, Nico heeft natuurlijk hele grappige verhalen. Maar ook hele mooie, emotionele stukken. Zo heeft hij een boek geschreven over zijn vader, die alzheimer heeft. Ik moet dan gelijk denken aan een liedje van Calexico, The Vanishing Mind.
We hebben het nooit gedaan, en we gaan het nooit meer op deze manier doen. Het zijn toch losse flodders die je schiet op het publiek. We hopen dat mensen aan het eind van de show naar huis gaan en denken: 'We hebben wel een show gezien met een kop en een staart''. Zonder dat wij vooraf weten wat de kop en de staart gaan zijn. 

De derde avond zal wel veel ellende worden. Dan speel ik met Djurre de Haan (Awkward I), en Joost Botman alleen maar liedjes van Texan Songwriters. Townes van Zandt, Blaze Foley, Steve Earl, dat soort gasten. We kiezen allemaal vijf liedjes uit, en dan gaan we elkaar begeleiden. Ik heb allemaal mooie verhalen bij mijn liedjes gekozen, maar van die andere jongens weet ik het nog niet echt. Al die gasten hebben allemaal aan de dope gezeten, aan de drank. Ze zijn allemaal van het padje afgeraakt en hebben daar vervolgens hele mooie liedjes over geschreven. Veel vrolijke liedjes zullen er niet gespeeld worden, maar dat is nu eenmaal zo. Als het maar een mooie avond wordt.

tekst: Tirza de Fockert www.tirzadefockert.nl