Razende Reporter

deel 2 - Laboratoire van Michael Moore - steeds op zoek naar de verassing

De laboratoria van Ernst Glerum, Han Bennink en de Sean Bergin-driedaagse tilde hij al naar een hoger plan. Nu mag rietblazer en rasimproviseur Michael Moore zelf drie dagen de Roode Bioscoop tot zijn eigen huiskamer maken. Verwacht in zijn laboratoire geen experimenten buiten de gebaande paden. Althans, niet meer dan normaal. Gelukkig ook niet minder.

[deel 2]

Kunst maakt bij ons geen deel meer uit van het dagelijks leven. Het is een andere relatie met cultuur. Als je in Azië komt, of in Afrika: iedereen doet het. Je móet gamelan spelen, of dansen, of dingen maken. Dat is juist het leven. Maar het idee van een professionele muzikant, dat is iets vreemds in het leven. Ook in Afrika is dat een heel raar begrip.

Als muziek niet populair is, hoeft het niet te bestaan. Die gedachte leeft steeds meer in de Nederlandse samenleving, en zeker in de politiek. Ik denk dat het tegenovergestelde waar is. Je hebt al die kleine ideeën nodig om de grote ideeën te laten verschijnen. Ieder mens heeft ideeën. Bijna alles is al gedaan, maar af en toe hoor je iets wat je nog nooit gehoord hebt. Dat is heel belangrijk. 

Echt nieuwe ideeën hoor je niet in een volle zaal. Om een volle zaal te trekken moet je muziek maken die gemaakt is om een bepaald resultaat te krijgen. Een musical bijvoorbeeld. Dat is een heel ver doorgedacht lang stuk, met een verhaal, met licht, met enscenering. Er zitten heel veel trucjes in. Trucjes die bepaalde gevoelens opwekken bij het publiek. Het is meestal een formule. Maar om tot zo’n formule te komen moeten er heel veel kleine dingen gedaan worden vooraf. En dat gebeurt juist aan de rafelranden van de populaire muziek. 

Wanneer ik zelf voor het laatst echt verrast werd? Recentelijk was ik in De Ruimte. Daar speelden Ig Henneman en Ab Baars, samen met Dana Jessen op fagot en Goncalo Almeida op bas. Heel intiem, allemaal hout. Ik hoorde texturen die ik nooit eerder gehoord heb. De combinatie van al die geluiden levert soms heel interessante nieuwe ideeën op. In Nederland is zoiets niet prestigieus. Als je echt financi─ôle steun wilt krijgen van de overheid, dan schrijf je een Nederlandse opera. 

Het is heel moeilijk voor jonge muzikanten om een plek te vinden. Dus gaan ze naar Berlijn, Rotterdam. Maar we blijven spelen. We moeten spelen. Waarom? Als we thuis blijven, zijn we geen muzikant meer. Je wilt iets delen met mensen. Ik heb iets gevonden, en ik wil dat delen met jou.

lees hier deel één van het interview door Tirza de Fockert